De gemiddelde miersoort kan zo’n 20 tot 50 keer haar eigen lichaamsgewicht dragen. De Aziatische weversmier zelfs 100 keer. Wij mensen kunnen dat niet. Toch reageren we op toenemende druk opvallend vaak alsof méér dragen het enige juiste antwoord is.

Ik werkte jarenlang in verantwoordelijke functies waar hoge druk normaal was. Lang dacht ik dat nóg een tandje bijzetten een teken was dat ik goed functioneerde. Meer energie erin, sneller schakelen, nog iets oplossen, ’s avonds nog een paar uur aan de werkdag plakken. Meer op me nemen gaf me het gevoel dat ik verschil maakte.

Feitelijk groeide ik echter niet. Ik raakte uitgeput en mijn effectiviteit nam structureel af.

Ik zie dat patroon vaak terug in organisaties waar druk en competitie hoog zijn. Er zijn zelfs professionals die zichzelf met enige trots voorstellen als adrenalinejunkie. Inmiddels is dat voor mij een grote rode vlag om zo iemand níét in te huren.

Omdat deze houding vaak genormaliseerd is, ziet hij er niet uit als een strategisch risico. Hij ziet eruit als verantwoordelijk, effectiief en daadkrachtig. Op korte termijn levert harder werken ook iets op. Er worden meer mails beantwoord, meer besluiten genomen en meer problemen van tafel geveegd.
Er zullen altijd momenten zijn waarop een situatie vraagt dat je tijdelijk harder werkt en meer energie inzet. Ons stresssysteem is er specifiek op ingericht om bij acute druk tijdelijk extra energie beschikbaar te maken.

Het probleem ontstaat wanneer de druk structureel hoog blijft en die reactie steeds minder tijdelijk wordt.

Dan kan het nog steeds voelen alsof je bewust alles uit de kast haalt, terwijl de volgorde in werkelijkheid omgekeerd is: de druk heeft je stressreactie al geactiveerd. Pas daarna maakt je hoofd een overtuigend verhaal over waarom dit absoluut noodzakelijk is.

Dat onderscheid is cruciaal voor effectief leiderschap. Zodra harder werken een automatische reactie wordt, heb je één essentiële vraag overgeslagen:

𝗜𝘀 𝗺éé𝗿 𝗶𝗻𝘇𝗲𝘁 𝗶𝗻 𝗱𝗲𝘇𝗲 𝘀𝗶𝘁𝘂𝗮𝘁𝗶𝗲 𝘄𝗲𝗿𝗸𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸 𝗱𝗲 𝗺𝗲𝗲𝘀𝘁 𝗲𝗳𝗳𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲𝘃𝗲 𝗸𝗲𝘂𝘇𝗲?

Juist onder druk moet je het hele veld kunnen overzien, nieuwe informatie binnenlaten en blijven afwegen wat de situatie werkelijk vraagt. Tegelijkertijd vernauwt de stressreflex je aandacht, waardoor je eerder beslist op basis van wat bekend en vertrouwd is dan op basis van het volledige beeld.

Leiders die eerder herkennen wanneer hun zenuwstelsel hun keuzes begint te vernauwen, kunnen die reflex eerder ombuigen en beter blijven zien wat de situatie nodig heeft.

Je wordt onder druk geen mier. Als méér dragen een reflex wordt in plaats van een keuze, betaalt je strategische overzicht daar al snel de prijs voor.
Ik ben heel benieuwd naar hoe jij hiermee omgaat als je reflecteert over recente momenten waarop de druk opliep:

Kies jij er bewust voor om méér te doen? Of is het een automatische reactie?

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Laat een reactie achter

Om een reactie te plaatsen, moet je inloggen of een account aanmaken.